-
Het voorkómen van klachten in houding en beweging.
-
Het doen verminderen van klachten in houding en beweging.
-
Het leren omgaan met klachten in houding en beweging.
-
Acute of chronische klachten van het bewegingsapparaat.
-
Het leren omgaan met spanningsgerelateerde klachten.
Behandelen
en voorkomen van klachten aan het bewegingsapparaat
Oefentherapie Cesar/Mensendieck richt zich in de behandeling
op het verbeteren van individuele houdings- en bewegingsmogelijkheden
met als doel het bevorderen van gezond bewegingsgedrag. Oefentherapie
onderscheidt drie doelgroepen: cliënten zonder pijnklachten,
cliënten met klachten van voorbijgaande aard en cliënten
met blijvende gezondheidsproblemen. De oefentherapeut stelt
voor elke cliënt een oefenprogramma ‘op maat’
op. Dit individuele behandelplan houdt rekening met de fysieke
en mentale conditie van de cliënt en met zijn of haar sociaalmaatschappelijke
omstandigheden. Er wordt naar gestreefd de cliënt zo lang
mogelijk zelfstandig te laten functioneren. De oefeningen zijn
mobiliserend, spierversterkend en vooral ADL-gericht, waarbij
ook veel aandacht wordt besteed aan ontspanning en ademhaling.
Kenmerkend is dat er steeds aandacht is voor de totale statiek
en de algehele manier van bewegen. De kracht van oefentherapie
is dat lichamelijke oefening niet alleen gereserveerd is voor
bijvoorbeeld spierversterking en mobiliteitsvergroting. De cliënt
ondergaat door cognitieve en proprioceptieve ervaring een attitudeverandering
en raakt sterk betrokken bij de behandeling. De cliënt
leert op deze wijze zijn of haar houding en manier van bewegen
zelfstandig te analyseren, te corrigeren en het geleerde toe
te passen in de dagelijkse handelingen. Houding en beweging
worden zo binnen de eigen verantwoordelijkheid gebracht. Uiteindelijk
kan de cliënt door het verkregen inzicht, het vernieuwde
lichaamsgevoel en de veranderende lichaamshouding eventuele
klachten begrijpen, opvangen en zelfs voorkomen.
Verwijsindicaties
oefentherapie Cesar/Mensendieck
Neurologische aandoeningen, zoals:
-
Cervicaal syndroom/Brachialgie
-
Ischialgie/Radiculaire syndromen
-
H.N.P. (conservatief, pre- en postoperatief)
-
Migraine
-
C.V.A.
-
M. Parkinson
-
Multiple Sclerose
-
Whiplash
-
Orthopaedische
aandoeningen, zoals:
-
Houdingsanomalieën
-
Degeneratieve afwijkingen
-
Groeistoornissen
-
Standsafwijkingen van gewrichten
-
Sûrménage
-
Hypermobiliteit
-
Contracturen
-
Revalidatie na traumata en chirurgische ingrepen
-
Osteoporose
Respiratoire
aandoeningen, zoals:
Reumatologische
aandoeningen, zoals:
-
Reumatoïde arthritis
-
Arthrosis Deformans
-
M. Bechterew
-
Fibromyalgie
Gynaecologische
aandoeningen, zoals:
Spannings-
en overbelastingsgerelateerde klachten, zoals:
-
Stress
-
Tension headache
-
Hyperventilatie
-
Lumbago
-
Cervicobrachialgie
-
CANS (RSI)
Arbeidsgerelateerde
klachten o.a. bij:
Sensomotorische
aandoeningen, zoals:
DTO: Directe Toegankelijkheid Oefentherapie
Nu ook zonder verwijzing naar de oefentherapeut!
Voor klachten die samenhangen met houding en beweging kan de patiënt vanaf heden ook zelf het initiatief nemen om naar de oefentherapeut Cesar/Mensendieck te gaan.
Voor de arts verandert er niets.
Als arts blijft u, zoals u gewend bent, de aangewezen persoon om patiënten te verwijzen naar een oefentherapeut, mét verwijsbrief.
Wat verandert er voor de patiënt?
Indien een patiënt zich zonder verwijzing bij de oefentherapeut aanmeldt voert deze een screening uit om te bepalen of de problematiek bij de oefentherapeut thuis hoort en of er nader onderzoek nodig is. Alle oefentherapeuten hebben hiervoor scholing gevolgd. Als er een ‘rode vlag’ vastgesteld wordt, adviseren we de patiënt een afspraak met de huisarts te maken. Wanneer aanvullende informatie nodig is of overleg noodzakelijk is, neemt de oefentherapeut contact met de huisarts op.
Resultaten
Uit onderzoek is gebleken dat een hoog percentage cliënten
die eenmaal oefentherapie hebben gevolgd, daarna geen andere
behandeling meer nodig hebben en op eigen kracht verder kunnen.
Kijken we naar de aard en de duur van klachten en naar het zorgverleden
van de cliënt, dan blijkt dat oefentherapie een opmerkelijke
positie inneemt in het bredere paramedische krachtenveld. Uit
een NIVEL-onderzoek ¹) van 2004 is gebleken dat:
-
Oefentherapie-cliënten in het algemeen al langdurig klachten
hebben. De helft zelfs al langer dan een jaar
-
40% van deze klachten recidiverend zijn
-
Een derde van de oefentherapie-cliënten zich voor deze
klachten al elders heeft laten behandelen
-
Het omgekeerde – cliënten die na afloop van oefentherapie
een andere paramedische behandeling volgen- nauwelijks voor
komt
¹)
Oefentherapie Cesar, oefentherapie Mensendieck en fysiotherapie:
de patiëntenpopulaties vergeleken. Nivel-rapportage op
basis van gegevens uit de Landelijke Informatievoorziening Paramedische
Zorg (LIPZ). Utrecht, 2004